Spellet

Basisprincipes

Inleiding

Het pedagogisch handelen van de begeleider

Didactische uitgangspunten van Spellet

  • De begeleider heeft hoge en realistische verwachtingen van de prestaties van de leerlingen en zorgt op basis daarvan voor een uitdagende leeromgeving.

  • Tijdens de begeleiding is er altijd sprake van een hoge ‘time on task’. Dat betekent dat de focus ligt op het werken aan spelling en dat er een evenwichtige verdeling is tussen:

    • dialoog over de inhoud, de opbouw en de werkwijze van de sessie;

    • begeleid oefenen;

    • zelfstandig oefenen. 

  • Er is expliciete aandacht voor het verbeteren van het spellingbewustzijn (spellingbewustzijn is het vermogen om te reflecteren op de eigen spelling, spellingvaardigheid en spellingprocessen). 

  • Werken in een kleine groep met verschillende spellingniveaus verdient de voorkeur boven individueel werken. 

  • Door middel van interactie en discussie leren kinderen van elkaar.

  • Kinderen stimuleren en waarderen elkaar als ze elkaar feedback geven over hun schrijfproducten. (Het is daarbij essentieel om samen te vieren dat het beter gaat).

  • De positieve onderlinge aandacht voor de communicatieve kant van geschreven taal zorgt voor verbetering (in een groep worden kinderen zich ervan bewust dat ze tekst schrijven die door anderen wordt gelezen). 

  • Spellingbewustzijn neem toe als de woordspecifieke kenmerken met elkaar worden besproken en als kinderen samen discussiëren over de juiste schrijfwijze van woorden in een tekst die ze samen schrijven.

  • Er wordt altijd gewerkt met remediërende software. Voor voorbeelden van geschikte software zie: 🔗 software.

  • Er is altijd aandacht voor de woordspecifieke kenmerken van woorden die lastig zijn voor de leerlingen (bijvoorbeeld door samen te bekijken en te bespreken wat er moeilijk is aan een woord). 

  • Er wordt gebruik gemaakt van herhalingsweken waarin eerder aangeleerde woorden herhaald worden om tot retentie te komen.